Bijna iedereen antwoordt: ongeveer de helft van mijn stroomprijs. Dat klopt bijna, en dat "bijna" scheelt een factor twee. Hieronder de opbouw, zodat je het met je eigen tarieven kunt nakijken.
Je hoort het overal: vanaf 2027 krijg je wettelijk minimaal de helft terug. Dat is waar. Maar de helft waarvan?
Niet van wat jij per kilowattuur betaalt. De wet noemt het kale leveringstarief — wat je leverancier voor de stroom zelf rekent, zonder energiebelasting en zonder btw. En die belasting is meer dan de helft van je rekening.
Pak je eigen tarievenblad erbij; de verhouding is bij vrijwel iedereen vergelijkbaar.
| Opbouw van je stroomprijs | per kWh |
|---|---|
| Wat je betaalt, alles inbegrepen | € 0,2922 |
| Daar gaat btw vanaf | − € 0,0507 |
| En energiebelasting | − € 0,1016 |
| Kale leveringstarief | € 0,1399 |
| Wettelijk minimum: de helft daarvan | € 0,070 |
Zeven cent dus, niet vijftien. Wie rekent met de helft van zijn eindtarief, zit er ruim twee keer naast — en dat werkt door in elke som die daarna volgt over batterijen, boilers en terugverdientijden.
Nu heb je één rekening. Alles wat je teruglevert wordt weggestreept tegen wat je verbruikt, en over het verschil betaal je bij of krijg je terug. Levert je zonnepaneel een kilowattuur, dan is die precies evenveel waard als een kilowattuur die je niet hoeft te kopen.
Vanaf 2027 zijn het twee losse rekeningen. Aan de ene kant koop je stroom in tegen je gewone tarief. Aan de andere kant verkoop je stroom tegen de terugleververgoeding. Er wordt niets meer weggestreept, en de twee prijzen zijn totaal verschillend.
Vrijwel elke leverancier rekent tegenwoordig terugleverkosten — een bedrag omdat je teruglevert. Dat komt in twee vormen voor.
Bij een staffel betaal je een vast bedrag per bandbreedte: bijvoorbeeld zestig euro als je tussen de 500 en 1.500 kWh teruglevert. Zit je midden in zo'n band, dan verandert een paar kilowattuur meer of minder niets aan je rekening.
Bij een tarief per kilowattuur telt elke kilowattuur wel mee. Steeds meer leveranciers stappen daarop over.
Belangrijk om te weten: die kosten worden berekend over je hele teruglevering, niet alleen over wat je meer opwekt dan verbruikt. Ook nu al, terwijl je nog saldeert. Daarom staat er ook dit jaar al een post op je rekening.
| Wat blijft er netto over? | per kWh |
|---|---|
| Vergoeding zonder terugleverkosten | € 0,070 |
| Bij 2 cent terugleverkosten | € 0,050 |
| Bij 3,5 cent terugleverkosten | € 0,035 |
| Bij 5 cent terugleverkosten | € 0,020 |
Dit is de vraag achter de vraag, en het antwoord is geruststellender dan de sfeer eromheen. Neem een installatie die 4.000 kWh per jaar opwekt, bij een netto terugleverwaarde van 3,5 cent:
| Deel dat je zelf gebruikt | opbrengst per jaar |
|---|---|
| 30% — zonder dat je iets regelt | € 448 |
| 45% — met wat sturing | € 603 |
| 60% — met een boiler of batterij erbij | € 757 |
Je panelen blijven dus gewoon geld opleveren. Minder dan de ruim elfhonderd euro die ze onder de saldering waard waren, maar ver van waardeloos.
En kijk naar de sprongen tussen die regels. Elke tien procent die je van teruglevering naar eigen verbruik verschuift, is bij deze installatie ongeveer honderd euro per jaar. Dat is wat er te winnen valt — niet met meer panelen, maar met betere timing.
Panelen weghalen. Dat hoor je mensen serieus overwegen, en het is de slechtste van alle opties: je levert dan niet alleen die paar cent aan teruglevering in, maar ook de volle negenentwintig cent voor alles wat je er zelf van gebruikte. Hetzelfde geldt in mindere mate voor je omvormer permanent terugregelen — dat is een apart verhaal met een eigen omslagpunt.
In je klantomgeving staat bij je contract- of tarievenoverzicht wat je aan terugleverkosten betaalt. Vind je het niet, dan weet je leverancier misschien nog niet dat je teruglevert.
Contracten van na begin 2026 vermelden de tarieven gesplitst: vóór en ná 1 januari 2027. Dat is nauwkeuriger dan welke vergelijkingssite ook, want het is jouw contract.
Daar staat wat je werkelijk hebt teruggeleverd. Dat getal heb je nodig om te weten in welke staffel je valt — en of je er net boven of net onder zit.
Het verschil tussen de duurste en de goedkoopste leverancier loopt bij een normale teruglevering op tot ongeveer tachtig euro per jaar, bij precies hetzelfde gedrag. Voordat je iets koopt of laat installeren, is dat het eerste om na te kijken.
Het gat tussen zelf gebruiken en terugleveren wordt ongeveer een factor vier tot acht. Dat is de hele reden dat mensen ineens over batterijen praten — maar een batterij is niet de enige manier om dat gat te dichten, en meestal niet de goedkoopste.
Wat wél helpt is simpeler: zorgen dat er iets aanstaat op het moment dat de zon schijnt. Warm water, een airco, de wasmachine. Dat vraagt geen investering van duizenden euro's, maar wel dat de apparaten van elkaar weten wat ze doen. Meer daarover in zonnestroom opslaan zonder thuisbatterij.
Bronnen en aannames: Wet vaste vergoeding kleinverbruikers, die per 1 januari 2027 het minimum vastlegt op 50% van het kale leveringstarief, geldend tot 1 januari 2030 · Rijksoverheid over het in één keer beëindigen van de salderingsregeling · tarievenoverzichten en vergelijkingen van terugleverkosten per leverancier. Gerekend is met een all-in stroomtarief van €0,2922 per kWh, een energiebelasting van €0,1016 per kWh en een opwek van 4.000 kWh per jaar. Alle bedragen zijn indicatief en bedoeld om de verhoudingen te laten zien — jouw kale tarief staat op je eigen tarievenblad, en dat is het getal dat telt. Laatst bijgewerkt: 24 augustus 2026.
Met je eigen tarievenblad en je jaarafrekening is dit in een half uur uit te rekenen. Kom je er zelf uit? Mooi, daar is dit stuk voor. Wil je het uitbesteed — inclusief wat er in jouw woning te verschuiven valt en wat dat per jaar scheelt — dan is centrale sturing het gesprek. En blijkt er weinig te verschuiven, dan is dat de uitkomst en zeg ik dat.